Het Messias Complex
Met Rick op zoek naar de vermiste demente vrouw
We rijden terug van het padellen en Rick veert op. Er is een oude vrouw vermist in het verpleeghuis. Bij ons in de wijk. We twijfelen geen seconde. Ook al is het 22 uur op een doordeweekse dag: we gaan zoeken.
Ze is om 21:30 nog gezien, haar rollator vooruit duwend langs de Parallelweg. Zonder jas om haar 45 kilo lichte lijf.
In de buurtapp worden meer feitjes gedeeld. Ze is 89 jaar, lichte dementie, en de temperatuur buiten: rond het vriespunt. Het is Ricks oude buurvrouw.
Vanaf de Parallelweg gaan we te voet verder, padelracket op de rug. Zaklamp op de telefoon aan, we roepen af en toe haar naam, je weet ook niet precies wat je moet doen in zo'n situatie, maar je doet je best. Steeds een straatje verder, ver kan ze toch niet zijn.
We proberen te denken als een vrouw van 89 jaar met lichte dementie. Waar zou ze naartoe gaan? Haar oude huis? Naar de supermarkt want de suiker was op? Ze is vast moe, waarschijnlijk zit ze op een bankje.
Rick en ik lopen onze theorieën achterna. Maar ze is niet bij haar oude huis, niet bij de Jumbo en de bankjes zijn leeg.
We zijn niet de enigen die zoeken. Er zijn politieauto's, mensen op de fiets en extra zaklamp, en buren die om 23 uur 's avonds samen alle sloten nalopen.
We fantaseren dat uitgerekend wij haar vinden. Haar aan de hand meenemen. Kom maar mee, we weten waar u heen moet. We zijn er bijna. Dat we de politie bellen. In de groepsapp met hoofdletters en uitroeptekens dat we haar gevonden hebben. En dat we eindelijk aan komen schuifelen met het arme ding, opgeluchte familieleden, verzorgers en buurtbewoners. High fives. Napraten met de agent bij een warme kop thee. Misschien zelfs nog even naar de Mac rijden daarna, om onszelf te belonen met een McKroketje.
Maar een ander mag haar natuurlijk ook vinden. Als ze maar gauw gevonden wordt.
Ik krijg een naar gevoel. Die oude vrouw, zonder jas, alleen, in het donker, in de vrieskou. Misschien helemaal de weg kwijt (letterlijk en figuurlijk). Intens zielig. En het meest waarschijnlijke alternatief is nog veel verdrietiger.
We lopen al anderhalf uur. Op steeds onlogischer plekken. Ondanks dat de zaak steeds hopelozer lijkt, zoeken er steeds meer mensen. Via Facebook is heel het dorp gemobiliseerd. Rick wordt onophoudelijk gebeld. "Waar lopen jullie nu? Is er nog nieuws? Zal ik dan daar nog even gaan kijken?" Zodra hij definitief ophangt stromen de appjes binnen. Ze is gevonden! (in het verpleeghuis zelf, gek genoeg)
Natuurlijk ben je blij, opgelucht. Rick en ik kijken elkaar aan. De zoektocht is ten einde. Maar ik herken bij Rick wat ik zelf ook voel. Je wil het niet voelen, maar je voelt het. Een beetje. Misschien is het éénduizendste deel van je lijf, maar je voelt het. "Toch ergens jammer dat wij haar niet hebben gevonden."
Deze, en andere verhalen, verzamel ik op mijn bescheiden Notion-website. Daar staan ook mijn uitgebreide tabellen met ratings van series, films, boeken, restaurants en natuurlijk kringloopwinkels.
En dan nog een shoutout naar Ernst-Jan Pfauth die me de blog-revival intrekt en Dave Schut als schrijvend voorbeeld. Dat is wat ik wil.

